Hoe word ik positiever op de werkvloer?

Slechts 13 procent van de mensen gaat fluitend naar het werk. Gelukkig kun je je werkplezier vergroten zonder het roer helemaal om te gooien. Hier 3 oefeningen voor meer werkplezier.

Oefening 1: De 5 Geluksfactoren

Vraag je van de 5 geluksfactoren af hoe het er op werkgebied mee gesteld is. Geef dit telkens aan op de schaal (0 = helemaal niet, 10 = altijd).

1 Positieve emoties. Ervaar je plezier en tevredenheid in je werk?

2 Betrokkenheid. Hoe vaak ervaar je ‘flow’ tijdens je werk? Hoezeer ga je op in je activiteiten?

3 Relaties. Heb je positieve relaties met collega’s of klanten?

4 Betekenis. Draag je met je werk bij aan iets wat je belangrijk vindt of aan je omgeving?

5 Prestaties. Kun je je ontwikkelen, zijn er genoeg uitdagingen en kom je tot nieuwe persoonlijke prestaties?

Bekijk je eigen score. Wat valt je op? Waar zit ruimte voor verbetering?

Oefening 2: Minigewoontes

Een simpele manier om meer geluksbeleving op je werk te ervaren is met het instellen van positieve minigewoontes. Dit doe je door een zin te maken met de volgende formulering: Zodra ik… doe ik…

Bijvoorbeeld: Zodra ik …
…  ’s avonds mijn hoofd op het kussen leg om te slapen, denk ik aan drie positieve gebeurtenissen van die dag.
…  thuiskom van mijn werk, leg ik mijn sportkleren klaar.
..  aan mijn bureau zit om te gaan werken, schrijf ik eerst op wat ik waardeer.
…  begin aan een rapport, zet ik mijn timer op 45 minuten en neem ik een korte pauze.

Soms lukt het niet om een minigewoonte in te stellen, omdat er te weinig beloning aan vastzit. Stel dat je regelmatig pauze wilt houden maar je timer na 45 minuten gewoonweg negeert, bouw dan een beloning in waardoor je wel pauze gaat houden. Beloof jezelf iets waardoor je opstaat om dat kopje thee te gaan halen.

Oefening 3: Wensberoepen

Bedenk vijf beroepen of functies die je altijd al hebt willen uitoefenen of waar je soms van droomt of gewoon weleens aan denkt. Probeer daarbij even geen rekening te houden met praktische voorwaarden als opleiding en ervaring. Het mag van alles zijn: van stewardess, tot drummer, van bankdirecteur tot imker.

Probeer ook te bedenken wat je er zo in aantrekt. Dat legt namelijk je verlangens bloot. Je vult bijvoorbeeld ‘boerin’ in, maar vooral omdat het contact met dieren of het buitenleven je fijn lijkt en niet zozeer de fysieke arbeid.

Het is belangrijk daar even goed over na te denken. Daar ligt uiteindelijk namelijk de sleutel tot geïnspireerd en gelukkig werken. Misschien kun je in je huidige werk meer van die aspecten brengen waar je naar verlangt. Of kom je zo op een idee dat beter aansluit bij je werkervaring, maar waarbij je toch meer buiten kunt zijn.

Beroep 1: (vul in)

Wat lijkt mij hier zo leuk aan?

Beroep 2: (vul in)

Wat lijkt mij hier zo leuk aan?

Beroep 3: (vul in)

Wat lijkt mij hier zo leuk aan?

Beroep 4: (vul in)

Wat lijkt mij hier zo leuk aan?

Beroep 5: (vul in)

Wat lijkt mij hier zo leuk aan?

Welke onderliggende verlangens kun je uit deze wensberoepen destilleren? 

Bron: Psychologie Magazine

Reageer op dit bericht