BLOG #11: Welke bril heb jij op? Hoe gedachten de gebeurtenis inkleuren

Het lijkt vaak alsof er maar één manier is om naar een gebeurtenis te kijken. Toch kunnen 2 mensen verschillend denken over dezelfde gebeurtenis. Zo denkt de een bij het zien van een hond: ‘oe wat eng’ en de ander denkt bij het zien van een hond ‘ah wat leuk’.  Hoe je ergens over denkt, bepaalt hoe je je voelt. En hoe je je voelt, bepaalt wat je doet. Hierdoor kan een dezelfde gebeurtenis gevolgen hebben.

“Het is dus niet de gebeurtenis die je droevig, angstig, of vrolijk maakt, maar de manier waarop je over de gebeurtenis denkt”

Een voorbeeldje

 

  Liset Marjan
Gebeurtenis Een deadline op mijn werk wordt vervroegd Een deadline op mijn werk wordt vervroegd
Gedachte: ‘het gaat mij nooit lukken nu’ ‘Dan ben ik helaas iets minder voorbereid’
Gevoel Bang Kalm
Gedrag Niet meer kunnen concentreren Verder werken

 

Vicieuze  cirkel

In het volgende plaatje zie je hoe gedachte, gedrag en gevoel met elkaar samenhangen. Eigenlijk beland je voor je het weet in een vicieuze cirkel. En als deze negatief is dan verslechtert dat jou situatie. Daarom is inzicht in je gedachte heel belangrijk!

 

Welke kerngedachte heb jij? 

Elke dag gaan er ontzettend veel gedachten door je hoofd. Als je niet zo lekker in je vel zit of een burn-out hebt,  kunnen veel van je gedachten negatief zijn. Misschien heb je al meer inzicht gekregen in welke gedachten jou beïnvloeden. Bijvoorbeeld gedachten die vaak terugkomen. Of gedachten die meteen veel spanning, verdriet, woede of angst bij je oproepen. Misschien is het je opgevallen dat veel van de gedachten op elkaar lijken. Dat kan kloppen, want je ‘alledaagse’ gedachten komen voort uit leefregels, ‘als…, dan…’-gedachten en kerngedachten.

Je kerngedachten vormen de basis van al je andere gedachten. Het zijn gedachten waar je diep van binnen compleet in gelooft. Doordat je zo bent opgevoed, doordat het bij je karakter past of doordat je iets hebt meegemaakt waardoor de kerngedachte voor jou klopt. Er zijn 3 soorten kerngedachten:

  • Kerngedachten over jezelf, zoals: ik ben waardeloos, ik kan niets goed doen
  • Kerngedachten over anderen, zoals: anderen kijken op mij neer.
  • Kerngedachten over de wereld, zoals: de wereld is niet oké of de wereld is eng

Hoe hangen de verschillende soorten gedachten samen?

Je kunt je manier van denken vergelijken met een ijsberg. Elk soort gedachte vormt een andere laag: je gedachten bouwen op elkaar voort. Het bovenste puntje steekt boven het water uit: dit zijn de alledaagse gedachten die je tijdens een gebeurtenis te binnen schieten. Vlak onder de wateroppervlakte liggen je leefregels: allerlei regels waar je jezelf toe verplicht. Meestal komen leefregels voort uit ‘als…, dan…’-gedachten: “Ik mag geen fouten maken” is een regel die voortkomt uit “Als ik een fout maak, dan betekent het dat ik waardeloos ben”. Om tot je ‘als…, dan…’-gedachten te komen, moet je iets dieper duiken. Tot slot heb je op de zeebodem je kerngedachten: de bron waar alle andere gedachten uit voortkomen. Dit soort gedachte ligt het diepst. Als je kerngedachten negatief zijn, dan is het begrijpelijk dat bijna al je gedachten niet-helpend worden.

Denk verder!

Hoewel ze erg overtuigend kunnen zijn, zijn gedachten niet altijd waar. Een gedachte kan ook niet kloppen. En gedachten die niet kloppen, helpen je niet verder. Daarom is het belangrijk om erachter te komen welke niet-helpende gedachten niet kloppen. Door ze uit te dagen kun je de vicieuze cirkel doorbreken.

Aan de slag: waar denk je aan?

De eerste stap in je niet-helpende gedachten uitdagen, is ze in kaart brengen. Waar denk je aan? Vaak onthoud je alleen het rotgevoel of de gebeurtenis. Met deze oefening word je je bewust van je gedachten.

Oefening:

Schrijf de volgende dingen voor jezelf op:  

Gebeurtenis: Denk terug aan een moment dat spanning opriep. Dit kan op werk zijn geweest, maar je kunt ook een andere gebeurtenis nemen. Beschrijf wat er gebeurde.

Hoe voelde je je?  Denk aan gevoelens zoals boos, bang, onzeker of andere emoties die deze situatie bij jou opriep.

Gedachten: Welke gedachten waren er op dat moment. Wat ging er toen in je om? Welke gedachten schieten je te binnen?

Hoe reageerde je? Wat deed je toen?

Gevolg. Wat waren de gevolgen. Hoe liep deze gebeurtenis af?

En nu?
Je hebt meer inzicht gekregen in je gedachten. Maar je echt bewust worden van wat je denkt, vraagt om iets meer tijd. Probeer daarom de komende tijd voor jezelf bij te houden wat er in je omgaat. Als je weet wat je denkt, kun je je gedachten uitdagen en meer helpende gedachten formuleren. Hoe je dat doet? Daar ga ik in de volgende blog op in.

Veel succes! Liefs, Joanne

 

Reageer op dit bericht