Gebruik toch niet je verstand. Loslaten van controle.

Gebruik toch niet je verstand.

In control. Dat willen we graag zijn. Ik ook, weet ik uit ervaring. Vooral als het gaat om onze gevoelens. We willen graag zelf bepalen hoe we ons voelen en wát we voelen. Een andere veelvoorkomende manier om controle te krijgen over onze gevoelens is ons verstand gebruiken. En dat lijkt een goede keuze.

Want is ons verstand niet onze belangrijkste bondgenoot om te overleven? Is de uitspraak ‘gebruik je verstand’ niet een motto dat we vaak hebben gehoord in ons leven? Maar dat ons verstand ook gedachten creëert die niet helpend zijn, komt niet altijd in ons op.

Oordelende en dwingende gedachten

Gedachten die de grootste invloed uitoefenen op hoe we ons voelen zijn oordelend of dwingend. Oordelende gedachten zijn gedachten waarbij we een oordeel hebben over een situatie of over onszelf. We plaatsen als het ware een etiket op een situatie. Dwingende gedachten zijn gedachten waarbij we onszelf iets opleggen, waarbij we iets van onszelf moeten. Oordelende en dwingende gedachten gaan vaak naadloos in elkaar over. Een paar voorbeelden

Oordelende gedachten
Huilen is verkeerd, mannen mogen niet huilen.
Heb ik nou nog steeds verdriet?
Dat moet maar eens voorbij zijn.
Ik voel me onzeker en dat mag niet.
Ik voel me rot, wat een verliezer ben ik toch.
Ik ben een angsthaas.

Dwingende gedachten
Stop met huilen.
Stel je niet aan.
Pak jezelf aan.
Ik moet sterk zijn.
Laat jezelf niet zo kennen

Welke herken jij? 

Gedachten zijn geen FEITEN.

Gedachten zijn voor ons vaak zo vanzelfsprekend geworden dat we ze beschouwen als de waarheid: alsof ze de ervaring zelf zijn. ‘Ik ben waardeloos’ is een gedachte (een oordeel) over bepaalde ervaringen, maar we kunnen zo samenvallen met deze gedachte dat we ervaren dat de gedachte de realiteit is. We ervaren het niet meer als gedachte maar als de werkelijkheid. Dit wordt in de psychologie een ‘cognitieve fusie’ genoemd.

Goed nieuws: cognitieve defusie

Is er een andere manier om met ons verstand om te gaan, zodat we er minder last van hebben? Zodat het een bondgenoot wordt, die ons aanmoedigt op onze weg naar een waardevol leven in plaats van een vijand die alleen maar valkuilen graaft? We hebben goed nieuws voor je. Die manier is er en wordt ‘cognitieve defusie’ genoemd. Cognitieve defusie is voor iedereen goed te leren, kost niets en is nog leuk ook.  Het vraagt wel dagelijkse oefening. Hieronder staat de oefening hoe je deze defusie toepast.

Verstand vertelt ons verhalen, die niet altijd waar zijn.

Ons verstand is dus een grote verhalenverteller. Verhalen die ons inspireren en moed geven maar – helaas vaak – ook verhalen waar we last van hebben en die ons ondermijnen. Van die laatste gedachten zouden we minder last willen hebben! Daarvoor zijn diverse technieken ontwikkeld. Die zorgen ervoor dat de kracht van die gedachten afneemt en dat je je er minder mee vereenzelvigt. Je gaat beseffen dat het maar een gedachte is; een verhaal en niet de werkelijkheid! Vandaar ook de term cognitieve defusie. Fusie betekent samengaan, in elkaar opgaan. Defusie betekent dus losweken, uit elkaar gaan.

Je zou het volgende alvast eens kunnen proberen – ‘s nachts of overdag! Neem eens een gedachte waar je vaak last van hebt.

Bijvoorbeeld:
‘Ik kan niets, dit ga ik zeker verknallen.’ Zeg die zin eens een paar keer en probeer er echt in te geloven. Dan spreek je de zin als volgt uit: ‘Ik heb de gedachte dat ik niets kan.’ ‘Ik heb de gedachte dat ik dit ga verknallen.’

Wat gebeurt er? Merk je dat de gedachte al iets minder ‘binnenkomt’; minder waar wordt? Elke keer wanneer je verstand aan het ratelen is en vervelende gedachten produceert, zeg je steeds: ik heb de gedachte dat …, ik heb de gedachte dat…

Je zult merken dat je als het ware ruimte creëert tussen jezelf en je gedachten.

 OEFENING: 

Noteer hieronder eens minimaal drie gedachten waar je vaak last van hebt.

Gedachten waar je last van hebt:

1) Lees de gedachten hardop voor en let goed op wat je ervaart.

2) Lees de gedachten nu nog eens hardop voor maar je begint steeds met: ‘Ik heb de gedachte dat …’

Noteer vervolgens wat je ervaart.

Ik ben benieuwd naar jouw ervaringen!