Er valt steeds meer te kiezen – en dus moeten we steeds vaker beslissingen nemen. Dat begint al bij iets simpels als het kopen van een pot pindakaas. In de supermarkt kan ik kiezen tussen allerlei varianten: smeuïge, met stukjes, extra crunchy, light, biologische, huismerk of A-merk. Hoe goed de supermarkt het ook bedoelt, overspoeld door al die opties wil ik eigenlijk helemaal geen pindakaas meer op mijn brood.
KEUZESTRESS?
Er valt zoveel te kiezen. Als je een studie moet kiezen kan je uit ruim 3000 studies kiezen. Hoe kon ik daaruit de juiste keuze maken?
Dit is wat psycholoog Barry Schwartz ‘de paradox van keuzes’ noemt. In zijn gelijknamige boek schrijft hij dat meer keuzes weliswaar meer mogelijkheden betekent, maar ook meer twijfel over je keuzes. Al die opties, dat werkt verlammend. Je wordt bij voorbaat bang voor spijt. Dat herken je misschien zelf ook: als je je aanmeldt voor de ene studie, dat je bang bent dat de ander toch net interessanter blijkt te zijn.
Spijt is: dat je denkt dat je het had kunnen voorkomen als je maar een andere keuze had gemaakt. Maar met al die keuzemogelijkheden is het bijna onmogelijk om géén spijt te krijgen. Er zijn nou eenmaal nog duizenden andere studies, maar ook honderden andere mogelijke vakanties en tien leukere bijbaantjes. Daarom lijk ik achteraf altijd de verkeerde keuze te hebben gemaakt.
Volgens Schwartz kun je een aantal dingen doen om beter te leren kiezen. Leg jezelf bij een overvloed aan keuzes beperkingen op, zegt hij. Ga bijvoorbeeld niet naar alls studievoorlichtingen, maar bezoek er enkele. Laat je bij keuzes ook leiden door de vraag wat je belangrijk vindt in het leven, dat helpt om richting te geven. Je kan je bijvoorbeeld afvragen of je liever een baan wilt die je geweldig leuk vindt of een baan waarmee je veel geld verdient. Tot slot moet je je realiseren dat niet elke keuze perfect hoeft te zijn. Je kan proberen ook gewoon tevreden te zijn met ‘goed genoeg’. En dat laatste is waarschijnlijk dé grootste uitdaging.
